Interview Piet Hanegraaf over Kamp NAD

Gesprek met Piet Hanegraaf over zijn herinneringen aan het kamp van de NAD in Nistelrode

 

Op dinsdag 5 november was ik te gast bij Piet Hanegraaf aan de Boekweitstraat.

Piet had te kennen gegeven dat hij zijn verhaal graag kwijt wil. Hij verbaast zich er soms over dat er in het dorp zo weinig aandacht wordt besteed aan de geschiedenis van het kamp van de Arbeidsdienst dat hier was tijdens de oorlog.

Op internet vond ik de volgende omschrijving van de Arbeidsdienst:


“ Het werk van de arbeidsdienst
a

Verhooging van de bodemopbrengst in het eigen land, dat is het groote object, waar in den Duitschen arbeidsdienst honderdduizenden jonge mannen hun kracht, een half jaar aan geven.
Ook voordat de arbeidsdienst door het nationaal socialisme onder één straffe leiding werd geplaatst en van één geest werd doordrongen, hielden jeugdkampen zich bezig met de verbetering van den bodem. Dit geschiedde echter systeemloos. Waar toevallig een welwillend eigenaar, die bovendien een bijdrage in de kosten zou leveren, een stuk woesten, braakliggenden grond voor bewerking door de jongens van een kamp beschikbaar stelde, daar kwam iets tot stand, en elders, waar het soms meer en dringender noodig was, gebeurde niets. “

 

Reden genoeg om zijn herinneringen aan het papier toe te vertrouwen. Onze nieuwsgierigheid was gewekt.

Piet Hanegraaf is geboren op 13 februari 1933. Hij is de zoon van Bertus Hanegraaf en Hanneke Leeijen. Het gezin van Bertus en Hanneke woonde op de “Klènnik”. Destijds was Kleinwijk veel groter dan tegenwoordig. Het huis waar nu de fam. Pelzer woont op de Zevenbergeseweg, dat is zijn ouderlijk huis. Een heel eind buiten het dorp dus. Piet is getrouwd met Jeanne van Zutphen uit Dinther. Samen kregen ze vier kinderen en inmiddels zijn er al 10 kleinkinderen. Jeanne is helaas al 14 jaar geleden overleden.

Piet vertelt me zijn herinneringen aan zijn jeugd tijdens de oorlog. Uitdrukkelijk vertelt hij erbij dat het herinneringen zijn van een 9-10 jarig jongetje dat destijds de ernst van een oorlog niet zo voelde als volwassen mensen dat gevoeld moeten hebben.

Het was voor hem heel spannend dat in 1941 een stuk bos gerooid werd. Hij kwam daar als schoolgaande jongen dagelijks langs. Het stuk bos waar een afrastering omheen werd gezet met grote palen en prikkeldraad tot wel 2 meter hoog. Er kwam een grote houten poort, gemaakt van boomstammetjes.

Toen het kamp klaar was werd de buurt uitgenodigd om er een kijkje te komen nemen en de opening bij te wonen. Ook de kinderen mochten mee komen.

Aanvankelijk waren de mensen wat huiverig om te gaan. Ging je wél, heulde je dan met de vijand? Ging je niét, had dat dan misschien gevolgen? De meeste mensen uit de buurt zijn toch op de uitnodiging in gegaan.

Piet keek zijn ogen uit! Ze werden ontvangen in een grote kantine, een mooi houten gebouw dat rechts stond, als je de poort door liep. Er was een terras waar limonade werd geschonken, ongekende luxe in die tijd! Als je verder het kamp op ging was er ook een stenen gebouw waarin de keuken gehuisvest was. Er waren aan weerskanten van een aangelegde weg houten slaapbarakken. Helemaal achterin was een gebouw , de officiersmess. En links, helemaal achterin was een sportveld. Aan de linkerkant, vooraan in de hoek was een paardenbarak. Daar heeft Piet vaak staan kijken. Als paardenliefhebber vond hij het prachtig om de drie paarden te bewonderen. Het waren goed verzorgde paarden, een soort Oldenburgers, meent Piet. Het kamp zag er keurig uit en zelfs aan de aanplant van struiken en bomen was veel aandacht besteed.

De leiding was weliswaar in Duitse handen maar er waren Nederlanders die ook het werk van bewaker hadden. ’s Morgens zag men de jongens die in het kamp ondergebracht waren marcheren. Ze waren in groene uniformen gestoken. Over hun schouders droegen ze glimmende spades. Ze werden ingezet om in de Brobbelbies grond te ontginnen. Het waren jongens uit Noord-Nederland die niet naar Duitsland werden gestuurd, maar die in ons eigen land te werk werden gesteld.

Er moet op een gegeven moment contact zijn geweest met de “kampbewoners”. Piet was nog jong en werd natuurlijk niet van alles op de hoogte gesteld. Maar hij weet nog, dat toen er al wat schaarste aan het een en ander begon te komen, er een soort hulp opgezet is. Misschien via de ondergrondse, wie zegt het!?

Op het postkantoor van Leenhouwers in het dorp moesten pakjes opgehaald worden. Dat waren pakjes die door ouders van jongens in het kamp verstuurd werden. Dat mocht waarschijnlijk niet. Bij de jongens was bekend dat de pakjes via de buurtbewoners verspreid werden. Ze werden stiekem opgehaald. De jongens konden dus soms ongezien het kamp verlaten. De zus van Piet, Fien, vertelde hem dat er vaak brood, heel zwaar, donker brood in zat.

Eens werd een buurman opgepakt omdat hij ervan verdacht werd dat hij een jongen geholpen had te ontsnappen. De jongen zou vanuit de woning van de buren gevlucht zijn, hij had er waarschijnlijk geslapen en het bewijs, zijn schoenen stonden in de woning, was overduidelijk. De goede man heeft drie dagen in het dorp in de gevangenis onder het gemeentehuis gezeten. Zijn vrouw was natuurlijk in alle staten en doodsbang. Maar het is met een sisser afgelopen. Spannend was het natuurlijk wel!

De vader van Piet had een boerderij. Hij had uiteraard ook varkens. Op een dag kwam een man die in de keuken van het kamp werkte bij vader Hanegraaf aan. Hij wilde een speenvarken hebben. Eerst wilde Bertus niet meewerken, want aan de Duitsers leverde hij niet graag. Je mocht immers ook niet zomaar een varken verkopen in die tijd. Was het een val? Moest hij het wel doen. Uiteindelijk wist de man van de keuken hem toch over te halen en werden de benodigde papieren in orde gemaakt. De hoge officieren kregen dus goed te eten!

In sept/okt. 1944, nét voor de bevrijding of tijdens de bevrijding, Piet weet het niet precies, was op een ochtend het hele kamp verlaten. Een gedeelte van de Nistelrodese bevolking is aan het “plunderen” geslagen. Ook de buurt van de “Klènnik” deed mee. Met een kar werd er heel wat huisraad, dekens etc. buit gemaakt. Zeer mooi en degelijk spul. Later werd dat onder de buurtbewoners verdeeld. Overigens werd er niks vernield of zo, er waren wel degelijk twee politie-agenten die de boel in de gaten hielden, dat waren de heren Kragting en Groenendijk.

Een tijd later ging Piet met een vriendje door de kapotte omheining het kamp op om wat planken te scoren om een konijnenkooi van te maken. Stond daar ineens een Engelse soldaat met een geweer voor hun neus. Geloof maar dat er toen de schrik wel even in zat.

Na de bevrijding kwamen er dus Engelse militairen naar het kamp. Ze bouwden er zelfs nog barakken bij. Dat was het begin van weer een spannende tijd. De aanleg van het vliegveld. De familie Hanegraaf woonde midden in het militaire gebied van het vliegveld maar hoefde niet te evacueren. De buren wel, die hebben moeten vertrekken.

Er was een levendige handel in sigaretten tegen eieren, chocolade tegen eieren want Hanegraaf hield heel veel kippen.

De jongens van de buurt kregen contact met de Engelsen. Piet herinnert zich ook een Frans jongetje dat met de soldaten mee was gekomen. Achteraf vreemd eigenlijk. Ze speelden met het ventje. De taal was niet eens een groot obstakel. Piet weet dat het jongetje op een warme dag al zijn kleren uit trok en zo in een vijver sprong en rond zwom. Ze wisten niet wat ze zagen!

Vaak mochten ze zelfs meehelpen op het vliegveld. Piet mocht dan op de vleugel van een Spitfire gaan zitten om de piloot aanwijzingen te geven om goed de hangar in te taxiën.

Er stond een kapot vliegtuig vlak achter hun huis. Ze mochten er naar hartenlust in spelen, stel je dat nu eens voor!

Piet heeft zich niet ongelukkig gevoeld in de oorlogstijd. Het was best spannend, hij hoefde lekker een tijdje niet naar school.

Met dit verhaal hoopt hij eigenlijk andere mensen aan te sporen om eens in de herinnering te spitten. Wat weten andere mensen nog van het Arbeidskamp. Al wat er later is gebeurd, daar is genoeg over geschreven, van politieschool tot woonoord Donzel en nu de Golfbaan. Piet heeft het allemaal meegemaakt. We horen graag meer uiteraard.

Liesbeth Vlind-Wouters

 


Copyright Jacobus © 2016. All Rights Reserved.