Vondst bronsschat door Lambert van den Bogaart

Vondst bronsschat door Lambert van den Bogaart

Het was vrijdag 5 maart 2004 !


Die vrijdag zou er eigenlijk niet gewerkt worden door de archeologen van Archol B.V. uit Leiden, die in verband met de aanleg van de autosnelweg A50 bezig waren met opgravingen van archeologische aard, dit in opdracht van rijkswaterstaat.
Doordat er een flinke tijdsdruk was ontstaan, door het vele winterse weer, en omdat er tot dan toe zo ontzettend veel sporen van bewoning uit de romeinse tijd, ijzertijd ja zelfs uit de bronstijd waren aangetroffen, die allemaal opgetekend en afgegraven moesten worden, wat zeer tijdrovend is, werd door de leiding van Archol B.V. besloten om die vrijdag toch een gedeelte van het te onderzoeken traject met de kraan bloot te leggen.
Richard Jansen en Leon van Hoof, twee archeologen van Archol B.V. hadden de leiding over het graafwerk, dat door een kraan van de firma van Dinter uit Oss werd verricht. Zij werden hierbij geassisteerd door Gerard Smits uit Oss, amateurarcheoloog, die met de schop het vlak mee aanlegde en door André Manders, die als vrijwilliger en lid van de heemkundekring Uden, assisteerde door met een metaaldetector de in laagjes van een paar cm afgegraven grond te controleren op metalen voorwerpen. Verder waren er op die dag, op een gedeelte, dat met de kraan al tot op het 2e esdek was afgegraven, aan het helpen Crist Cuijpers amateurarcheoloog uit Uden (oud Nistelrodenaar), Jan van der Velden als vrijwilliger uit Nistelrode en Lam van den Bogaart als vrijwilliger uit Nistelrode, lid van de Heemkundekring Nistelvorst.
Zij drieën waren met schop, troffel en mesjes het 2e esdek, een laag zand van ± 20 cm dik, aan het afgraven. De teelaarde was al eerder met de kraan afgegraven. Dit afschaven van het 2e esdek moest in quadranten = per m2 gebeuren. Alle vondsten moesten in zakjes worden gedaan en voorzien van een vondstnummer, wat overeenkomt met het quadrantnummer op de gemaakte tekening, zodat men later precies kan zeggen, welke vondst op welke plek is gedaan.
Het 2e esdek is de laag zand, die onder de teelaarde (in de volksmond zwarte grond) zit. Op deze laag leefden in de romeinse tijd de mensen. In deze laag, meestal bruinachtig van kleur, vind je de meeste overblijfselen uit die tijd. Zoals potscherven, stukken dakpannen, crematieresten, soms een munt of een fibula= een mantelspeld, een gesmede spijker of een ander metalen voorwerp uit vervlogen tijden.
Om ± kwart over 10 op die bewuste vrijdag 5 maart 2004 kwam Leon van Hoof opgewonden naar ons ( Crist, Jan en Lam ) toegelopen en zei: We hebben een of ander kannetje van brons gevonden in de wand van de put, die de kraan aan het uitgraven is. Volgens Leon was het waarschijnlijk romeins. Wij drieën, nieuwsgierig als we waren, gingen met Leon mee en zagen een groen uitgeslagen emmerachtige pot met een prachtig versierd hengsel. Het was André Manders, die met zijn detector de vondst deed in de wand van de uitgegraven put. Crist Cuijpers en Lam van den Bogaart pakten hun fototoestel, wat ze altijd in de aanslag hadden voor het geval dat er iets leuks uit de grond te voorschijn zou komen. Zij namen de eerste foto's, van wat ze toen nog niet in de gaten hadden, een van de grootste bronsvondsten uit de romeinse tijd in Nederland en dat nog wel in hun eigen Nisseroij.

De mensen, die de leiding hadden over de graafwerkzaamheden, dachten dat het maar om een enkel potje ging. Er werd besloten eerst verdert te gaan met de graafwerkzaamheden en later het potje op te graven. Jan van der Velden moest om een uur of 11 even weg maar enthousiast als hij was zorgde hij, dat hij na de middag weer aanwezig was. Crist Cuijpers, die die middag ergens een afspraak had , had de pech de rest van de opgraving te missen. Ook Gerard Smits moest al tegen vijven naar huis. Lam van den Bogaart moest 's middags met vrouw en schoonmoeder op verjaardag, maar toen hij om een uur of vier weer over de rondweg reed richting Veghel, liet hij zich weer afzetten op de vondstplek. Ook hij was net als Jan van der Velden in de ban van de vondst en meende, dat hij er bij moest zijn. Om een uur of drie was er begonnen met het blootleggen van het bronzen potje. Maar het bleek er niet één te zijn, nee er waren reeds 3 voorwerpen blootgelegd toe Lam tegen vieren weer terug was. Deze lagen allemaal ondersteboven in de grond. Daar het vroeg donker zou zijn die dag, werd besloten om Hanneke van Alphen en Goof van Eijck, beiden amateurarcheologen en leden van de heemkundekring Uden, die ten tijde van de vondst niet aanwezig waren, te bellen en te vragen of ze tijd hadden om de vondst mee uit te graven. Alles moest coupsgewijs worden afgegraven en door Richard Jansen en Leon van Hoof worden ingetekend, genummerd en gefotografeerd. Jan en zijn vrouw Rieky, die ondertussen was komen kijken waar Jan toch bleef want het begon al te schemeren, hadden in de schaaftkeet thee gezet en soep klaar gemaakt want de archeologen hadden sinds de middag niets meer gegeten en gedronken.
Lam ging thuis een nieuw fotorolletje halen want Jan had het andere rolletje volgeschoten. Lam vroeg z'n vrouw Jo of ze ook kwam kijken. Maar die zei Wa? moet ik nor al diejen ouwe rommel komme kijke, 't zen toch niks as scherve en andere rotzooi! Nou dan niet zei Lam en ging met zijn nieuwe fotorolletje gauw weer terug. Omdat het nu snel donker werd moest er voor licht gezorgd worden. Lam zei: ik fiets wel even naar Kees van Pouderooije want die heeft een grote lamp op batterijen. Maar wat hij niet wist, hij had ook een lamp met kabel en stekker, die je in de sigarettenaansteker van een auto kon steken. Lam reed nog eens langs huis en zei tegen Jo: â's ge nou nie komt kijke hoefde noit mer te komme kijke. Toch ook wel wat nieuwsgierig geworden ging ze op het laatst toch mee! Samen fietsten ze naar de Loo, daar werd de lamp aangesloten, maar het bleek, dat de kabel veel te kort was. We hebben toen met z'n allen een slootje dicht moeten gooien, zodat Goof van Eijck z'n auto vlak bij de vondst kon zetten.
Toen de eerste kannen en kruiken, die dus op de kop in de grond lagen, voorzichtig vrijgeschraapt waren en werden geligt bleek dat daar weer voorwerpen onder lagen.
Het liep ondertussen tegen een uur of zeven, half acht. De aanwezige mensen voelden hun magen knorren van de honger. Door Jo werd besloten om thuis een paar blikken knakworsten warm te maken en een paar pakken koeken te halen en ik kan je zeggen, dat ging er in als koek. Na het inwendige van de mens te hebben gesterkt ging men weer gestaag door met de werkzaamheden. Wanneer er een schaal of pannetje werd opgegraven en er bleek weer een volgend onder te liggen hoorde je de aanwezigen in een koor: Oh, nog meer!! Dit herhaalde zich nog verschillende keren. Tot we in totaal 28 voorwerpen hadden geborgen. Later, toe in Delft alles was uitgepakt en schoongemaakt bleken er nog schalen in elkaar te zitten; daar kwamen ze op een totaal van 31 voorwerpen. Het betrof hier gebruiksvoorwerpen waaronder borden, schalen, wijnzeefsets en zeer unieke kandelaars.

Wat verder nog waard is om te vermelden. Toen we de eerste voorwerpen blootschraapten, lag bovenop een grote ronde koek van ± 35 cm doorsnede. Die koek zou volgens de archeologen wel eens een grote tinnen schaal geweest kunnen zijn. Er werd ook aan gedacht, dat we hier misschien wel met een familiegraf te maken hadden, maar daar hebben we toen geen verdere aanwijzingen voor gevonden. We wilden die grote ronde koek in een keer er uit halen maar dit lukte niet omdat het materiaal, waaruit die bestond, helemaal was vergaan. We hebben toen wat monsters van het materiaal genomen, zodat deze door experts kunnen worden onderzocht. Te zijner tijd hopen we hier meer van te vernemen. Het bergen van de schalen, kruiken, wijnzeven e.d. moest met grote zorgvuldigheid gebeuren; zij moesten allemaal in kratjes worden vervoerd. Eerst werd in zo'n kratje een laagje zand gedaan, daar werd dan een voorwerp b.v. een schaal ingelegd en de krat verder gevuld met zand dit om te snel uitdrogen van het brons te voorkomen want veel van de voorwerpen waren zeer kwetsbaar, ze waren flinterdun. Omdat al gauw alle kratjes, die in de keet aanwezig waren, op raakten,zijn Jan en Rieky bij hen thuis teiltjes en grote emmers wezen halen. Het was rond half tien 's avonds toen we met z'n allen de klus hadden geklaard en de kratjes, teiltjes en emmers in de bus hadden gezet, zodat ze door Richard en Leon mee naar Delft konden worden genomen. Nadat André Manders nog even met zijn metaaldetector had geluisterd of we niets hadden laten zitten, hebben we afgesproken met z'n allen, dat we de vondst geheim zouden houden om schatgravers te weren. Schatgravers zijn een doorn in het oog voor archeologen. Hanneke en Lam hadden die dag veel fotos gemaakt. Die zouden ze laten ontwikkelen en afdrukken maar ze aan geen vreemde laten zien tot de dag dat de vondst officieel door Rijkswaterstaat bekend zou worden gemaakt. Dit gebeurde op 8 april 2004 te Delft.
Zo was er een einde gekomen aan een voor ons zeer spannende dag. Het was ook voor de beroepsarcheologen een grootse dag want de kans is niet groot dat ze ooit nog eens zo'' n grote klapper maken. Maar toch zijn ze de maandag erna weer vol goede moed met de opgravingen verder gegaan. Er werd nog veel uit vergane tijden gevonden.
Om de opgravingen aan de oostkant van de A50 op de Waardse Bunders, 't Loo, De Mortel en 't Menzels Veld af te sluiten werd iedereen, die aan de opgravingen had meegeholpen door Archol B.V. uit Leiden getracteerd op een etentje in 't Pumpke. Een goede afsluiting van een succesvolle opgraving en voor de vrijwilligers een mooie tijd! Dachten we!! Want toen een paar weken later op het nieuwbouwplan De Zwarte Molen de eerste graafwerkzaamheden werden gedaan voor de aanleg van de wegen, bleek al vlug, dat het daar ook vol zat met sporen van bewoning. Er werd door de gemeente aan Archol B.V. toestemming en geld verleend om het hele terrein te mogen afgraven, dit in goed overleg met de aannemer. Ten tijde van dit schrijven waren we daar ook weer dagelijks een paar uur aanwezig om te kijken wat er zoal naar boven wordt gehaald. Alles duidt erop, dat er al in de bronstijd tot en met de middeleeuwen bewoning was aan de gehele oostkant van het huidige dorp Nistelrode. Te zijner tijd wordt dit door de archeologen en de experts op dat gebied allemaal in kaart gebracht en omschreven. "Archeologie", voor veel mensen is het onbekend maar wanneer het je eenmaal pakt, laat het je nooit meer los! Dit is zoals met veel Hobby's.

Deze belevenis is opgetekend door Lam van den Bogaart ( beter bekend als Lambert van Jaske Bosch) in samenwerking met Jan van der Velden


Copyright Jacobus © 2016. All Rights Reserved.