Nieuwsbrief 191 april 2021

 

NIEUWSBRIEF Nr. 191april 2021

Beste leden,

In de vorige nieuwsbrief werd de hoop uitgesproken dat er spoedig een einde zou komen aan deze pandemie. Voorlopig lijkt het er echter op dat dit niet spoedig zal zijn. De impact van het virus op iedereen is enorm. Ook binnen onze vereniging zijn sommige werkzaamheden verhuisd naar thuiswerk. Onze ontmoetingsplek blijft voorlopig nog gesloten, hoe graag we ook anders zouden willen.

We komen met het Aezel project nu in de eindfase van de situatie 1832. Dit betekent dat er veel werk op mij af komt, met name het koppelen van de OAT’s (eigendomsoverzichten) en de getekende MIN-plans (kadasterkaarten) van Nistelrode en Vorstenbosch. Best een ingewikkelde materie die mij hier thuis veel tijd kost.
Daarom heft Liesbeth Vlind aangeboden om het schrijven van de nieuwsbrief voortaan van mij over te nemen. Hier ben ik Liesbeth zeer erkentelijk voor en wens ik haar bij deze veel succes.

Van het bestuur

Helaas hebben we tot nu toe nog geen bestuursvergadering kunnen beleggen.

Wel zijn er enkele acties naar buiten ondernomen zoals:

  • Op verzoek van het Kadaster: Het aanvullen van de toponiemen kadasterkaart.
  • Het verzoek van de gemeente om de Erfgoedkaart van Nistelrode en Vorstenbosch definitief te maken.
  • Een brief naar politieke partij Lokaal om het parochiehuis in Nistelrode op de monumentenlijst geplaatst te krijgen,zodat het parochiehuis de beschermde status van    monument krijgt. Dit dossier krijgt zeker een vervolg.

Boekenactie

De boekenactie loopt nog steeds. Er liggen nog steeds boeken die verkocht kunnen worden. Mocht je nog boeken willen kopen dan kan dat nog steeds (op afspraak) voor deze uiterst lage prijs.

Een binnengekomen verzoek

In 2022 is het 75 jaar geleden dat Brabants Heem is opgericht als vertegenwoordiging van alle Heemkundekringen. Dit heuglijk feit wordt gevierd met het uitbrengen van een jubileumboek.

Daarvoor roept Brabants Heem alle Heemkundekringen op om een typische traditie te beschrijven van elk dorp. Te denken aan de metworst-rennen in Boxmeer of het vlooien-stoken op Bedaf.
Vandaar de oproep aan alle leden om mee te denken in dit verzoek.

Wie kent een typisch Nistelrodese traditie? Laat het ons weten.

Van de beeldbanken werkgroep:

Onze website met name de pagina beeldbanken wordt onwaarschijnlijk vaak bezocht.

Bekeken foto’s

Jaar       aantal bezoekers aantal bekeken foto's

2018      2203                   20.094

2019      4303                   49.296

2020      7674                   104.509                  

2021      2069                   23.271

Bekeken bidprentjes

Jaar       aantal bezoekers aantal bekeken bidprentjes

2018      1337                   10.817

2019      2299                   17.597    

2020      4370                   67.498

2021      1279                   20.007

Dit zijn toch aantallen waar menig bedrijf jaloers op zou zijn, chapeau voor de werkgroep “Beeldbanken”  

   

 

Van toen: Uit de HaalOver Jaargang 5, 1959-003

In 2016 heb ik voor Rien van de Graaf een aantal oude teksten uit de diverse HaalOver gehaald.
Onderstaande tekst had ik nog steeds liggen en wil ik alsnog met jullie delen. Het betreft hier een tekst van zo’n 60 jaar geleden en toen opgetekend door Ciska van de Ven toen al 80 jaar oud.

 


Rond den Ouden Toren

Er werd ons gevraagd om ook eens wat te schijven in de HaalOver, liefst over de oude tijd. Zeker omdat ze weten dat ik niet meer van de jongsten tijd meer ben. Nou dat is ook zo, zeker als ik mijn tachtigste jaar ben ingegaan.
Wat onze vader, Bertus van de Ven ons dikwijls verteld heeft is van heel oude geschiedenis. Zijn vader was in 1830 misdienaar bij pastoor Scheij, toen 77 jaar oud. De pastorie stond tussen kinderen Leijgraaf en Vic Herckenrath en waar de kinderen Leijgraaf nu wonen was de bijkeuken en bergplaats. De kerk stond aan de Oude Toren. Vanuit het Veerhuis moest Bertus bij de pastoor aankomen en leunde dan op zijn schouder en zo gingen ze dan naar de kerk. Ze waren daar altijd bijtijds en wachtten daar in de bijgelegen herberg. Als daar dan buitendorpse kwamen en vroegen: “Wanneer gaat hier de late Mis aan?” zei de pastoor: “Ik zal er meteen mee beginnen”. En na de Heilige Mis: “Kom, kom, we zijn nu bij mekaar, ik zal het Lof ook maar meedoen”.

Toen onze vader de eerste keer was wezen biechten zei de pastoor: “Ziezo, bid drie Paternoster en as ge bij moeders thuiskomt van moeders een mikke boterham”. Nou en hij bad op zijn knieën drie Rozenhoedjes, terwijl er drie Onze Vaders bedoeld was. Bertuske had dat van die Pater Nosters niet goed begrepen. Eens riep de pastoor vanuit zijn biechtstoel nog na: “Op oe blote knieën de penitentie bidden”.
Pastoor van Scheij was van 1800 tot 1832 pastoor van Nistelrode. Dat weten we van zijn bidprentje dat we nu nog hebben. Bertus van de Ven was van het jaar 1822. Op den dag van zijn Eerste H. Communie ontving hij een mooie brief van Theodorus Wolters uit Heesch. Die brief hebben we nu nog, 127 jaar oud.

Vroeger was hier de straat vooral bij regenweer ene modderpoel, zodat de voerlui dikwijls vast zaten en hun karren er diep inzakten. Ze legden dan aan in het Veerhuis. Met man en macht moest er dan gewerkt worden om ze er weer uit te helpen. Zo sukkelden die asboeren van de Maaskant verder.

In die tijd was het in Uden een heel drukke veemarkt. Er kwamen boeren van bovenuit ons land daags tevoren met hun vee geleid. Die bleven dan in het Veerhuis overnachten, zodat zij en ook hun vee ’s-morgens waren uitgerust om naar Udenmarkt te gaan. Heel dikwijls waren alle bedden bezet, zodat ze die nacht dan maar op een stoel moesten slapen. Het vee ging dan in een oud leeg huis, dat tegenover Mart. Van Erp stond. Het gebeurde ook wel eens dat er kalfjes werden geboren. Die lieten ze dan maar achter om de vertering het logies te verrekenen.
Of er ‘s-morgens ook gewerkt moest worden? ’s-Morgens op de nuchtere maar een vim dorsen (met de dorsvlegel natuurlijk) en kregen daarna pas een bord dikke pap.
En dan de veertigdaagse vasten. Al die veertig dagen zwart-dag (?), zoals we nog weten

En of er toen lange en soms late winters waren!

              Sint Matthijs was er nog een ijs
              En half mert voeren ze met kar en perd
              Over Moas, Woal en Werd.

Verder kan ik uit mijn levensjaren nog heel wat vertellen wat ik nog zo goed weet. Dat de eerste vijf zusters naar de missie in Nederlands Borneo vertrokken. Daarmede ook zuster Alexia, waarmede ik nog geleerd heb. En Mieke den Booi gaf Catechismusles onder in het raadhuis. Mieke was de vrouw van Sjefke Leenhouwers, de vader van Karel Leenhouwers.

Verder hoe ouwerwets ze vroeger gekleed waren. Vier mannekes heb ik nog gekend: Bertus van der Heijden uit de Hoogstraat; Piet Heijmans, bijgen (?); Piet Moes, Maxend en Driekske Geurden, Maxend die met een kort sleufke veur naar de kerk gingen. ’s Zondags een grijs en door de week een blauw en gekleed in een bombezijne (?) boks en buis met een klepmuts. En hoe ik gekleed was toe we in Heesch gevormd werden. En mooi!! Een zwart japonneke met een witte cazamiere doek om en daarover een laag zwart schortje en een grote kanten muts op. Zonder poffer want dat wou pastoor Sengers niet. Mooi om onnozele kinderen te spelen.
Der eerste fietsen die men zag was met voor een heel hoog wiel en achter een klein, niet groter dan een kruiwagen rad. De fietser zat wel 1,5meter hoog met drie opstappers. Toen volgde de fiets met formaat zowat als van vandaag en nog maar met heel dunne gummibanden, later luchtbanden. En nu al die auto’s, brommers en de vliegtuigen. Als onze ouders eens terugkwamen, wat zouden ze bang en verwonderd opkijken.

Dan dat er maar vier huizen stonden de kerk vanaf het Veerhuis, namelijk: Nel van de Ven (nu H.Lensen), Janus van de Laarschat (nu de Spar) en dan Hanneke Kampen (nu Hanegraaf) en Dirk Slok. Als die ergens de boer op was zei hij al bijtijds: “Tegen een uur of aacht moet ik noa hous, dan kumt d’n baardscheerder. Vur drie cente ben ik er wir vanaf”. Dirk woonde in een klein oud huisje waar later burgemeester van de Ven een prachtig sterk huis bouwde.

Tot slot nog iets wat mijn broer beter weet: Vandaag in Nistelrode negen cafés en ik weet nog dat het er wel dertig waren. Herbergen en bierhuizen waar je toch wel een sterk wippertje kon krijgen. In alle gehuchten van het dorp kwam je die herbergjes tegen. En met Nieuwjaar de koeien nog in het veld aan de spurrie. Da’s hoast nie te geleuve wanne?

Hartelijke groeten,
Egbert, Albertus, Martinus, Roelof, Arie, Geert, Cornelis van de Ven.
Ciska van de Ven.

En tenslotte…:

Vond ik het erg leuk om de nieuwsbrieven te verzorgen. Ook namens het bestuur wens ik er Liesbeth veel succes mee, hoewel wij overtuigd zijn dat het haar zeker gaat lukken.

 

HET BESTUUR VAN HKK NISTELVORST WENST JULLIE ALLEN
FIJNE EN GEZELLIGE PAASDAGEN

 

Henk Geurts
1 april 2021