Nieuwsbrief 195 augustus 2021

 

NIEUWSBRIEF Nr. 195 augustus 2021

Beste leden,

Van het bestuur

Na een zomerpauze zijn we weer allemaal op de klep gevallen. De een is echt op vakantie geweest de ander hi wa rontullum huis geprobeerd un bietje zon te vatte…

En wat we helaas niet waar kunnen maken is om op 1 september iedereen een warm welkom te heten in ons heemhuis. Het kan nog niet door de maatregelen van overheidswege…. We schuiven de plannen maar even door.

Wel hopen we dat op 6 oktober de lezing van Rien Kersten door mag gaan (afhankelijk van de persconferentie in september). Al zal het op inschrijving moeten gebeuren zijn we bang.

Op zaterdag 10 juli is ons oudste lid, Mevrouw Jo Menczyk-van der Linden rustig ingeslapen. (Zus van Gérard van der Linden). Ze heeft de hoge leeftijd van bijna 99 jaar bereikt. Uit haar nalatenschap hebben we een paar mooie foto’s etc. mogen ontvangen.

De Beeldbanken

Peter Is bezig met het plaatsen van de “Vergeet-me-nietjes”, de voorloper van Haal Over op de beeldbanken. Een monnikenwerk maar het is wel fijn dat zo alles leesbaar bewaard kan blijven. Via onze Website kan straks iedereen nog eens lezen wat er zo’n 70 jaar geleden onze Indiëgangers bezighield.

Kijk hier ook eens naar onze foto’s en bidprentjes, het is een feestje om daarin rond te struinen en om misschien foto’s nog van commentaar/namen/jaartallen te voorzien.

AEZEL Kadaster

Het AEZEL-project is nu zover afgerond dat het op de website geplaatst is. De website van AEZEL  Aezel Bernheze ontdekken

 

 Dan zie je onder andere de volgende afbeeldingen; druk op Minuutplans.
Inzoomen op Bernheze en zie je meteen de gebruiksaanwijzing


Nieuwe werkgroep in oprichting

Nadat het AEZEL-project nagenoeg gereed was kwam er vanuit deze groep de wens voort om verder te gaan met de bewoningsgeschiedenis. Daartoe is er afgelopen tijd overleg geweest met een aantal leden of dit een haalbare zaak zou zijn. Er is afgesproken dat we hiermee verder willen gaan, maar dat er nog heel veel op de rit gezet moet worden. Daaraan gaat gewerkt worden, we zetten het in de grondverf. We houden jullie natuurlijk op de hoogte van de ontwikkelingen. Als we denken te kunnen starten volgt er een uitnodiging voor alle leden om mee te werken.

Van toen: Uit de HaalOver Jaargang 3, 1957-014

Deze keer het vervolg op het stukje over “onze barbier” uit een oude Haal Over. Ik vond het wel weer zo’n geestig stukje, geschreven door die “Flujas”…. Heeft iemand al een idee wie het geweest moet zijn?

De nieuwe barbier.

Evenmin als een slachter of een herbergier kan er op een dorp een haarsnijder gemist worden en daarom moest er na de dood van de oude barbier zo gauw mogelijk een nieuwe komen. Dat lukte via een advertentie in het boerenbondsblad.

Het hele zaakje met huis en erf, dat de dode barbier had achtergelaten werd overgenomen door een “ingenieur barbier” uit de stad. Van top tot teen gekleed in een witte jas, net als een chirurgdokter. En evenmin als een buffetjuffrouw in een hooischuur paste de nieuwe z.g.n. kapper in het vervallen huiske van de dode barbier. Echter in minder dan enige weken was de oude snijkamer omgetoverd in een prachtige tweesalons kapkamer, vol met messen, potjes, fleskes en flessen, scheren, tengskes, watten en zalf, net als in een polikliniek.

Den doojen barbier had niets anders nodig gehad dan een scheerkwast, een scheermes, een scheer en een bietje zeep. Zelfs was het eens gebeurd dat hij een buitendorpse had geschoren zonder scheerwater. In plaats van het onmisbare water spuwde onze barbier z.g. van tijd tot tijd op de scheerkwast en alhoewel de zeepschuim daardoor een bruine tint kreeg lukte de behandeling volkomen.

Tinus had zich niet meer laten scheren en knippen na de dood van de vorige barbier – hij zag eruit als een inlander zoals Pater van Rooij beschreef in een van zijn artikelen in “Haal over”. Hendrien, de vrouw van Tinus werd bang van heuren eigen mens. “Als ge oew eigen nie loat schere en knippe dan begin ik er zelf oan, desnoods met de hegscheer!, dit was het ultimatum van Hendrien. Tinus wist wat dat te betekenen had.

Op een zaterdagavond stond Tinus voor de barbierszaak. Hij zag op een der deuren staan “Heren”. Tóch stapte Tinus naar binnen. Hij werd door een van de assistentkappers van zijn jas beroofd en een stoel gewezen. Vroeger, toen Tinus zijn kop liet behandelen bij de vorige barbier, zaten er wel 20 dorpelingen te wachten, zoveel mogelijk op een stoel of desnoods plat op de vloer en dan werd er alle nieuws van het dorp verteld, waar of niet waar, er werden bakken verteld en ondertussen was de hele vloer besprenkeld met tabakssap. Dat was een gezellig uurke en dat was de sfeer waar Tinus zich in thuis voelde. Nu zat hij hier op een deftige stoel en kreeg een krant te lezen, het was er zo stil als in een wachtkamer bij een dokter.

Tinus zag dat ze de veldwachter onder behandeling hadden en de chefkapper deed het zó alsof zijn levenswerk ervan af hing en tegelijkertijd zó voorzichtig alsof hij er vies van was.

Terwijl Tinus zenuwachtig zat te wachten, zag hij tegenover zich nog iemand zitten die eenzelfde kleur jas en boks aan had als hijzelf. Om zich een houding te geven zocht Tinus naar zijn pijp en tabak en nu zag hij dat die vreemde tegenover hem dat ook deed. Hij krabde zich eens op zijn kop en waarachtig de andere deed dat ook. Dit werd Tinus te bar en vroeg aan de onderchef of die lapzwans tegenover hem ook geschoren moest worden en meteen kreeg hij in de gaten dat hij voor een spiegel zat! Bij de vorige barbier was in de hele snijkamer geen spiegel te zien. Tinus bestudeerde zijn eigen om te ontdekken dat hij er eigenlijk anders uitzag dan hij dacht – helemaal niet zo mooi. Hij kende zijn eigen terug behalve zijne kop.

De veldwachter was klaar en nu kwam een van de handlangers naar Tinus toe en informeerde: “Meneer of het gelegen komt…”. Tinus stond op en kwam op een stoel zitten met een draaibare zitting en een ogenblik dacht Tinus aan de closetpot zoals hij die eens heeft moeten gebruiken in het ziekenhuis en zich aan de trekker vasthield, waarop hij meende dat zijn blaas sprong.

“Zit ge zo gemakkelijk meneer?” vroeg de chefdokter die hem behandelen zou. Toen zag Tinus ene hoofdchirurg in een hoek van het kliniek een mes scherpen en tot de grote schrik van Tinus kwam hij op hem af. Hij bekeek het gezicht van Tinus eerst links, toen rechts en zei toen fatsoenlijk “ik zal het voorzichtig doen meneer”. “Hou je van kou of warm” vroeg hij opeens. “Ik vind dit weer wel geschikt” zei Tinus. “Nee, ik bedoel het scheerwater”. “Koud” zegt Tinus en hij bedoelde warm. Tinus dacht bij zichzelf “bij mijn dode barbier ging je uit jezelf op een stoel zitten en die maakte het mes scherp op het zweel van zijn hand en zeepte hij in”. Met grote schrik wachtte Tinus de operatie af en toen het scheren was afgelopen vroeg het witte opperhoofd of hij gespoten wilde worden of droog wou blijven waarop Tinus vanzelf het laatste verkoos.

De tweede operatie zou nu beginnen met het snijden van Tinus z’n hoar. Hij zou wel ene rijksdaalder aan de armen willen geven als hij een kletskop had gehad. Een handlanger kwam met een groot laken. Behalve z’ne kop was Tinus geheel ingesloten. Met een grote haarkam werden Tinus z’n haren wat recht gekamd en ondertussen werd hem heel zacht gevraagd “heb je geen last van ongedierte?”. “Nee” zeej Tinus “het zal wel hooizaad zijn wat ge daar vindt”.

Het witte opperhoofd kwam op hem af en begon met een brommend elektrisch machientje het haar weg te maaien. De dode barbier deed dat altijd met een scheer en dan konde naderhand altijd de scheertrepkes nog zien. Tinus vond het toch wel fijn zo’n brommend ding over zijn kop te laten kietelen. Maar opeens hield het ding stil omdat er wat haperde. De chefchirurg nam een tweede om de rest af te werken. Na dit bedrijf vroeg het opperhoofd of Tinus zijn hoofd wilde laten wassen met haarwater, eau de cologne en nog meer poespas maar Tinus zeej dat zijn haar alleen maar door Hendrien gewassen werd.

“In het vervolg moet je je haren van te voren laten schoonmaken, want mijn machientje heeft het tegen jouw haar af moeten leggen omdat er een kiezelsteentje in zat” zo zei de kapper. Eindelijk was Tinus dan klaar, het zweet liep hem langs zijn gezicht. Toen betaalde hij vier keer zoveel als bij de vorige barbier en wist hij dat er geen potje bier meer aan zat en hij was blij dat hij de martelkamer kon verlaten

Ik wil nog liever drie keer gaan biechten dan een keer mijn haar laten snijden en scheren” zo dacht Tinus en liep in de richting van het kerkhof en hij bleef voor de poort staan kijken of werkelijk zijn oude barbier wel gegraven was…………

Flujas…

 

                         Ook namens het bestuur wens ik jullie een fijne maand en mijn excuses voor het late verschijnen van deze nieuwsbrief

 

Nistelrode, 1 september 2021
Liesbeth Vlind

 

 

 

 


Copyright Jacobus © 2016. All Rights Reserved.